Inentingen

Het « hoe en waarom » over inentingen.
Een inenting of vaccin dient om de pup of volwassen hond te beschermen tegen besmettingen door virussen.
Door het toedienen van een “dood” virus, of een “levend maar verzwakt” virus, zal de hond een bescherming opbouwen onder vorm van antistoffen.
Wanneer het dier dan in contact komt met het “echte” virus, zijn er al antistoffen aanwezig die dit virus meteen onschadelijk kunnen maken, zodat het dier niet ziek wordt (of in veel geringere mate – bij bepaalde aandoeningen).

Wanneer moet je er mee beginnen?
Wanneer een pup geboren wordt en de moeder goed is ingeënt, krijgt de pup antistoffen van de moeder (maternale antistoffen) via de melk.
Hoeveel antistoffen een pup krijgt is afhankelijk van hoe lang geleden de teef gevaccineerd is, hoe goed ze antistoffen heeft opgebouwd, en in welke mate de pups de eerste moedermelk (bistmelk) opnemen. Pups die “moederloos” opgevoed worden, of die hoofdzakelijk kunstmelk krijgen, nemen veel minder antistoffen op. Deze maternale antistoffen blijven bij de pup echter niet levenslang in de bloedbaan, maar de hoeveelheid (en dus de bescherming van de pup) vermindert geleidelijk tussen de 4 en 12 weken. Wanneer nu een vaccin toegediend wordt wanneer nog maternale antistoffen aanwezig zijn, dan wordt het virus uit dit vaccin meteen onschadelijk gemaakt door de antistoffen, en lokt het dus geen opbouw van eigen antistoffen uit.
Maar vermits men nooit weet wanneer de maternale antistoffen juist verdwenen zijn bij één bepaalde pup, worden de inentingen bij de pup verschillende malen herhaald, om zeker te zijn dat ze het vaccin hebben gekregen wanneer ze zelf in staat zijn antistoffen op te bouwen.
Daarom moet je in het begin zo vaak terug naar de dierenarts voor de inentingen...
Nadien, is één maal per jaar inenten voldoende, tenzij in uitzonderlijke omstandigheden.

Wanneer een volwassen hond echter ook pas voor de eerste keer tegen een bepaalde ziekte gevaccineerd wordt, moet het vaccin ook één maal herhaald worden na 3 weken om voldoende bescherming te geven.
(uitzondering: hondsdolheid hoeft slechts één keer gegeven te worden).

Hoe snel werkt een vaccin?
Voor de meeste vaccinaties mag je aannemen dat je hond voldoende beschermd is na 7 tot 10 dagen.
Voor het kennelhoest vaccin, dat via de neus wordt toegediend, is er al voldoende bescherming opgebouwd na 3 dagen.
Voor de vaccinatie tegen hondsdolheid gelden wettelijke bepalingen.
(zie verder).

Tegen welke ziekten kan je je hond beschermen?

  • 1/ Hondeziekte = distemper = ziekte van Carré.
    Deze aandoening geeft voornamelijk problemen ter hoogte van het maagdarmstelsel (braken, diaree, geen eetlust...) en ter hoogte van het centraal zenuwstelsel (meestal pas later). Voor pups is deze ziekte dodelijk.
    Bij volwassen dieren zijn de symptomen variabel.
  • 2/ Kattenziekte = parvovirose .
    Deze aandoening geeft bij pups erge problemen ter hoogte van het maagdarmstelsel, meestal met bloederige diarree, zeer snel uidrogen en sterfte tot gevolg. Volwassen dieren zijn minder gevoelig.
  • 3/ Hepatitis = besmettelijke leverziekte .
    Deze aandoening geeft ook voornamelijk sterfte bij pups, bij volwassen honden zijn de symptomen variabel.
  • 4/ Rattenziekte = leptospirose.
    Bij deze aandoening worden de nieren, de lever en de milt hoofdzakelijk aangetast.
    Honden lopen deze ziekte meestal op via besmette urine van ratten.
    Voor honden die vaak gaan zwemmen is deze inenting dan ook zeer belangrijk.
    In zwaar besmet milieu wordt zelfs aangeraden 2x per jaar te vaccineren.
  • 5/ Kennelhoest = tracheobronchitis.
    Deze aandoening wordt niet door één enkel virus veroorzaakt, maar eerder door een combinatie van virussen en bacteriën.
    Deze ziekte is niet zo ernstig, maar kan wel lang aanslepen en soms aanleiding geven tot longonsteking.
    Het is ook zeer besmettelijk, en verspreid zich gemakkelijk op plaatsen waar veel dieren bij elkaar komen (hondenschool, kennel, pension, show...)
    Voor de inenting kunnen slechts bepaalde componenten gebruikt worden, waardoor soms toch nog lichte symptomen ontstaan bij een ingeënt dier.
  • 6/ Hondsdolheid = rabiës.
    Deze ziekte leidt altijd tot sterfte, meestal binnen de twee tot drie dagen na het onstaan van de symptomen.
    Deze ziekte wordt overgedragen door vossen.
    Meestal worden “combinatievaccins” gebruikt, die dus beschermen tegen verschillende ziekten.
    De meest gebruikte combinatie, vaak ook het “volledige vaccin” genoemd, beschermt tegen hondenziekte – parvo – hepatitis – rattenziekte – kennelhoest (een deel van het complex).
    Verder bestaan er ook vaccins die uitgebreider beschermen tegen kennelhoest, en die verschillende componenten van deze ziekte bevatten. Deze vaccins kan men bovenop het “volledige vaccin” gebruiken, om een bredere bescherming te krijgen tegen kennelhoest.
    Er bestaan twee verschillende soorten kennelhoest vaccins: deze die onderhuids worden toegediend (zoals alle andere vaccins), en deze die via druppelen in de neus (intranasaal) worden toegediend. Het voordeel van de intranasale vaccins is dat deze al een bescherming geven na 3 dagen, en dat je het vaccin de eerste keer ook niet moet herhalen.
    Ideaal dus als je hond onverwacht naar een pension moet of wanneer een kennelhoest uitbreekt in je omgeving en je je hond toch nog wil beschermen.

En dan bestaan er nog tal van vaccins die elk tegen één of twee ziekten beschermen...

Hierna volgt een voorbeeld van een vaccinatieschema.
Dit is niet het “enige echte correcte” schema, maar een voorbeeld van hoe het zou kunnen.
Iedere dierenarts heeft zo zijn eigen schema, en zijn “voorkeurscombinaties” van vaccins.
Indien dus de inentingen van je pup of hond niet volledig volgens dit schema verlopen, wees dan niet meteen ongerust, het kan best zijn dat jouw dierenarts er een beetje een ander schema op na houdt.

Maar controleer toch of je hond alle nodige en nuttige inentingen heeft gekregen voor je ermee naar de hondenschool komt, of naar het buitenland gaat, of gewoon mee op wandeling gaat!
Het gevaar schuilt vaak in een klein hoekje (en vaak ook in een andere, slecht of niet gevaccineerde hond!).

  • Op 6 weken : hondenziekte + parvo.
  • Op 9 à 10 weken : volledig vaccin, dit wil zeggen: hondenziekte + parvo + hepatitis + rattenziekte + kennelhoest-deel.
  • Op 12 à 13 weken : volledig vaccin, eventueel gecombineerd met extra kennelhoest vaccin.
  • Op 15 weken : herhaling extra kennelhoest vaccin indien de inspuitbare vorm werd gebruikt.
  • Nadien jaarlijks : volledig vaccin, eventueel gecombineerd met extra kennelhoest vaccin (inspuitbaar of intranasaal).
  • Hondsdolheid : best niet laten inenten voor de leeftijd van 3 maanden, indien dit toch nodig is, moet het vaccin herhaald worden na de leeftijd van 3 maanden.
    Wanneer dit vaccin voor de eerste keer toegediend wordt, is het bijhorende vaccinatiebewijs pas geldig na 1 maand. Wanneer opnieuw gevaccineerd wordt binnen de geldigheidsduur, is het meteen geldig.
    Voor de meeste landen blijft deze vaccinatie nu 3 jaar geldig, voor bepaalde andere landen gelden strengere reglementeringen (wettelijke voorschriften).
    Inenting tegen hondsdolheid is verplicht in België in de streek onder Samber en Maas, dus ook voor een ééndags uitstapje naar de Ardennen!
    Inenting tegen hondsdolheid is eveneens verplicht voor alle andere landen.

Soms kan na het toedienen van een vaccin, een overgevoeligheidsreactie optreden.
Dit kan onmiddellijk gebeuren, enkele minuten tot uren na te toediening, of eventueel pas later optreden.
Eén van de meest voorkomende (maar toch zeldzame) reacties, is het optreden van een lokale zwelling daar waar het vaccin is ingespoten.
Dit komt voornamelijk voor bij vaccins tegen hondsdolheid en kennelhoest.

Twee tot drie weken na inenting kan dan een zwelling ontstaan, die na evenveel weken spontaan weer verdwijnt.
Als je er op let waar het vaccin ingespoten wordt, hoef je je achteraf niet ongerust te maken als je daar een “bobbel” ziet verschijnen...
En als laatste nog een woordje over het ontwormen van je hond.
Vaak wordt dit door de dierenarts samen met de inenting gedaan.
Toch wordt je hond best 2x per jaar ontwormd met een ontwormingsmiddel dat tegen verschillende soorten wormen werkt (spoelwormen + lintwormen minimum).
Wanneer je hond echter een “jager” is, of een “vuilbak”, of er kinderen in huis zijn, is het raadzaam je hond 3 tot 4x per jaar te ontwormen.
En als dit allemaal in orde is, kan je onbezorgd op stap gaan met je viervoeter!

Valérie Bavegems