EDUCANIN

 

SPECIAL CHIOT

(Speciaal Pup)
EDUCATION ET SOCIALISATION DES CHIOTS

( Opvoeding en Socialisatie van Puppies)
Interview du Docteur Alexandra Couture, vétérinaire.
(Interview van Dokter Alexandra Couture, dierenarts)
Exocom Productie 2002

1.De meute familie

 Bepaalde honden vertonen gedragsstoornissen (bijtende honden, vernielers, bange, …). De genetica is voor 20% verantwoordelijk voor het gedrag, de omgeving of opvoeding voor 80%. Het is te zeggen, U speelt een erg belangrijke rol ten overstaan van de pup die U gaat aannemen. Praktisch alles speelt zich af in de leeftijdsperiode vanaf 3 weken tot iets na 3, periode van makkelijk aanleren bij de pup.

De hondenfamilie is een meutefamilie, met een dominante reu welke baas is in de meute. De pup heeft autoriteit nodig, een hiërarchie. De pup beschouwt de dominante volwassene (de reu) als baas. U moet dus Uw pup ontvangen in een meute familie. U gaat dus moeten leren om hondentaal te spreken en te denken als een hond. De communicatie bij de hond is gebaseerd op de hiërarchie. Voor de pup bent U zijn volwassen dominanten, dus zijn bazen. De hiërarchische organisatie is erg belangrijk omdat de pup nood heeft aan regelende volwassenen. U dient deze volwassen regelaar te zijn welke zal leren hem te controleren.

De pup heeft het nodig om gecontroleerd te worden in al zijn gedragingen. Wanneer hij te nerveus is zal zijn moederhond zich op hem storten om hem te kalmeren. De pup weet dat een volwassenen volwassen is en een kind een kind (welke hij aanziet als een pup). Een kind is niet in staat een pup te kalmeren ; in tegenstelling, het zal hem nog meer opwinden. Het is goed om te spelen met een pup, maar men moet niet verdergaan dan hetgeen zijn moeder zou tolereren. De pup moet geregeld worden in al de facetten van het spel.

Men moet dus limieten opleggen aan de pup en zelfs bepaalde onder dwang (maar niet eender wat en hoe) Het is de eigenaar van de pup die de opvoeding op zich moet nemen ter voortzetting van het werk van de moederhond.

2.De hiërarchie

Om de hiërarchie te respecteren is een baas nodig. Om als baas aanzien te worden, moet men, niet gewelddadig of te streng, maar zich laten gelden via het voorrecht van de dominantie, het is te zeggen, prioriteiten stellen.

    • Voedselprioriteit = eerst eten
    • Contactprioriteit = zelf het moment kiezen om contact te hebben met de pup
    • Territoriumprioriteit = zijn territorium kiezen en soms de toegang verbieden.

De voedselhiërarchie  : wanneer men een pup aanneemt, kent hij reeds de basis van de hiërarchie.

Reeds vanaf zijn prilste leeftijd weet hij dat hij de maaltijden van zijn bazen dient te respecteren. Wanneer een dominante hond eet, weet de pup dat hij deze niet mag benaderen. De pup heeft deze regel geleerd voor zijn aankomst bij de mens.

De dominante hond heeft andere middelen om zijn dominantie aan te tonen. Hij scheidt aan de binnenkant van zijn oren specifieke dominantie substanties af (genoemd feromonen). Naast de anus zijn er eveneens kleine klieren welke feromonen afscheiden die de hiërarchische status en de sekse weergeven. (Honden besnuffelen de oren en de peri-anale regio).

Wij kunnen zo niet communiceren dus we zullen strenger moeten zijn voor onze dominantie voorrechten. De voedselvoorrechten zijn de belangrijksten bij de pup. Om baas te zijn, dient men eerst te eten en de pup zijn bord niet te laten benaderen. Indien men dit niet doet zal de pup snel begrijpen dat hij Uw plaats als baas kan innemen. Alle menselijke huisgenoten moeten van dezelfde mening zijn bij het geven van een bevel aan de pup. Als U een bevel geeft aan Uw pup en Uw kind bijvoorbeeld, beschermt of verdedigt hem, kan Uw pup niet vooruitgaan, zal zijn richtpunt verliezen en eindigt bij het ontwikkelen van angst.

3.De zintuiglijke filters en de autocontroles

De zintuiglijke filter van de pup is zijnreactiedrempel, namelijk zijn capaciteit om te reageren ten overstaan van een stimulus (hier geluid of contact).Alle honden reageren niet op dezelfde wijze. Zij hebben een gevoelsdrempel. Deze gevoelsdrempel ontwikkelt zich tussen 1 en 3 maand (het is de gevoelige periode, welke zich uitstrekt tussen 3 weken tot 3 maand, gedurende dewelke de leerprocessen makkelijk zijn.). Men moet dus de pup het maximale aan geluiden aanleren tussen 1 en 3 maand. Hoe dichter de pup de 3 maand nadert, hoe minder men kan tussenkomen in deze drempel. In het begin is het de moederhond die deze capaciteit zal geven aan de pups om bepaalde zaken te verdragen. Indien zij goed evenwichtig is en de pup lang genoeg bij haar blijft, zal de pup veel kans maken om een goede zintuiglijke filter te hebben.. Maar U moet hem onderhouden en zelfs verbeteren.

Men kan deze zintuiglijke filter van de pup verbeteren door middel van gewenning tactiek; door hem geleidelijk te laten wennen aan stimuli welke hij in zijn omgeving zal tegenkomen (stofzuiger, toeslaan van deuren, telefoon, camions, …). Men moet beginnen met geluiden van gemiddelde intensiviteit om te komen tot een hoge intensiviteit en deze te herhalen.. (De CD bevat een reeks geluiden welke men kan laten beluisteren aan de pup ; steeds sterker wordende geluiden om de pup geleidelijk te laten gewennen.) Dit zal de pup toelaten kalm te blijven en geen angst te vertonen.

De autocontroles  : Sommige pups zijn nerveus, winden zich op, anderen blijven rustig, kalm. Waarom dit verschil? In de natuur zal de moederhond geregeld op haar pups springen, vooral als ze erg opgewonden zijn, ze op hun rug leggen en wachten tot ze kalmeren, de borst en lippen likkend om ze te ontspannen, (er bevinden zich tot rust brengende vezels in de binnenkant van de lippen). De pups gaan dus leren om op te houden na een motorische sequentie. In de natuur zet de moederhond de opvoeding van haar pups verder tot 3 à 4 maand. Wanneer U dus een pup aanneemt van 2 maand oud, zal U dus het werk moeten voortzetten van de moederhond, zoniet riskeert U een pup te krijgen welke niet contoleerbaar is, die steeds actief is, welke blaft bij het minste geluid, welke niet kan ophouden bij een spel, …Tot besluit, een pup welke in alle gedrag sequenties, niet zal kunnen ophouden. Om deze autocontroles aan te leren aan de pup, zal men moeten doen zoals de moederhond; het is te zeggen meerdere keren per dag, U op “4 poten” zetten, U op Uw hond “storten”, hem in de nek nemen, hem op de rug draaien en hem kalmeren door hem de borst en lippen te masseren. En dit een tiental keer per dag gedurende minstens 1 maand. Dit is erg belangrijk omdat dit de pup zal aanleren om te kunnen ophouden. Indien U zich niet bekwaam acht om op deze wijze te handelen, kan U proberen om de therapie toe te passen door middel van het spel. Indien, tijdens een spel, de pup te erg opgewonden geraakt, stop het spel, draai hem Uw rug toe en laat hem links liggen tot hij gekalmeerd is. En enkel wanneer hij kalm is kan U het spel hernemen. Dit is minder effectief dan de voorgaande oplossing maar bij het systematisch toepassen zal de pup begrijpen dat hij zich niet moet enerveren, dat hij niet te erg moet opgaan in opwinding. Dit is de rol van een volwassene ; een kind zou de tendens hebben om de pup nog meer op te winden en u riskeert een hyperactieve pup te bekomen welke moeilijk in de hand te houden is.

Het bijten, wat te doen ?

Men moet strikt het bijten verbieden. De moederhond past het bij de muil nemen van de pup toe. Zij neemt de muil van de pup in haar muil en sluit zodoende de muil van de pup. Dit zorgt ervoor dat de pup niet kan bijten. Wij moeten er ook voor zorgen dat de pup niet zal bijten.

Op 2 maand begint de pup de remming van de beet te leren dus nog steeds tijdens de gevoelige periode. Hij leert met zijn moeder en ook met zijn nestgenoten. Wanneer de pups spelen en een pup bijt, zal diegene die gebeten wordt hard “roepen” en de bijter zal onmiddellijk ophouden want hij is bang van deze alarmkreet. (Weet dat er geen enkel verband is tussen het bijten en de tanden wisseling).

De pup ontdekt een beetje zoals een kind via orale wijze, het is te zeggen via de mond. Hij steekt alles in zijn mond en, op 2 maand, leert hij de graad van het bijten te controleren. Zo zal hij hetgeen in zijn mond is niet beschadigen of inslikken. Wanneer hij het bijten niet heeft leren controleren, zal hij alles aanvallen wat tussen zijn tanden terechtkomt en zal hij beschadigingen aanrichten in huis. Men moet hem de controle aanleren tussen zijn adoptie en 3 maand 1/2. Later zal dit heel moeilijk worden.

Tot besluit , Om een kalme hond te hebben, het is te zeggen dat een simpele stimulus geen overreactie veroorzaakt, moet de pup goede autocontroles hebben verworven, moet hij zich kunnen controleren, moet kunnen stoppen, moet hij goede autocontroles verworven hebben op gebied van het bijten, moet hij zijn opwinding kunnen regelen gedurende het spel. Indien Uw pup zich niet heeft leren beheersen, riskeert U een hyperactieve hond te hebben waar moeilijk mee te leven valt.

4.De aanhankelijkheid

 De aanhankelijkheid is een noodzakelijk fenomeen voor elk levend wezen. Deze aanhankelijkheid is nodig voor de sociale ontwikkeling van de pup en voor de impregnatie.

Impregnatie : De pup leert tot welke soort hij behoort, hij leert dat hij een hond is, hij leert de soorten te herkennen. Hij weet dat mensen, mensen zijn, maar beschouwt zijn opvanggezin als een meute.

Hij gaat zich eerst aan zijn moeder hechten en dusdanig leren dat hij een hond is. Daarna gaat hij zich leren socialiseren dankzij de “aanhechting” die hij draagt bij het individu dat hem zal opvoeden.

Bij het weglopen van zijn eigenaar, zal de pup zich verwijderen om te ontdekken, dan bij hem terugkomen om zichzelf gerust te stellen en opnieuw vertrekken … dankzij deze aanhechting zal hij geen angst hebben van zijn omgeving.

Men moet dus proberen de pup zo dicht mogelijk bij zich te houden om een sterke band te creëren. Deze band zal zich natuurlijk vestigen vanaf het moment dat U de pup niet wegduwt. De pup zal zich aan U kleven, zal bij U de feromonen (de geuren) van zijn moeder zoeken en ze niet vindend, zich gewennen aan Uw geuren, en U zodoende herkennend, zich gerust bij U voelen.

De pup zal dus angstig zijn als U hem verlaat en zal huilen. Maar men moet een angstige pup nooit corrigeren, men moet hem geruststellen. Wanneer hij in zijn nest was, sliepen alle pups samen met hun moeder, tegen elkaar aangekropen. Men denkt dikwijls dat dit een kwestie is van warmte maar in feite is het ook een geruststelling door de tussenkomst van de feromonen.

Men moet dus geen bezwaar maken om de pup de eerste dagen in dezelfde ruimte te laten slapen als U. Het is beter een gerustgestelde pup te hebben die dicht bij zijn eigenaar slaapt (welk zeker niet wil zeggen in zijn bed!) dan een angstige pup die elke avond zal huilen omdat hij alleen is. De pup heeft werkelijk een veilige basis nodig in het begin (laat hij zich gewennen), beter om strikter te worden met hem wanneer hij 4 maand oud is (voor een reu) en 6 maand voor haar (teef) en hem de kamer uit te duwen op dat moment. Er zijn geen slechte gewoonten voor de leeftijd van 4 maand voor een reu en 6 maand voor een teef. (Het is op deze leeftijd dat, in de natuur, de moeder ze wegduwt en de pup weet dit; dit zal dus goed worden aanvaard).

Gedurende de dag stelt het probleem zich minder omdat de afwezigheden korter zijn. Maar laat hem bij het weggaan oude kleren na (vuile) waarin hij Uw geuren kan terugvinden om hem gerust te stellen en laat hem vooral niet op een plaats waar er geen geuren van U zijn.

Indien U werkelijk niet wil dat de pup in dezelfde ruimte als U slaapt, leg dan ’s nachts ook oude kleren van U bij hem. Dit riskeert onvoldoende te zijn. Het bestaat uit kunstmatige feromonen onder vorm als een verstuiver in een stopcontact. Deze feromonen zijn analoog aan diegene die de moederhond produceert tussen haar borsten om haar kleintjes tot rust te brengen. Laat de verspreiding dag en nacht functioneren gedurende minstens een maand. Onder deze omstandigheden, dicht bij deze verstuiver, zal de pup rust vinden en zonder twijfel aanvaarden om alleen te slapen zonder angstgevoelens te tonen.

Er is dus totaal geen haast om de pup weg te duwen. Aarzel niet uw kleintje te vertroetelen. Later zal er een ”losmaking” nodig zijn en dit zal belangrijk zijn. Af en toe terwijl de pup groeit, moet men hem bepaalde dwangbevelen opleggen. Het is vanaf 4 maand voor de reutjes en 6 maand voor de teefjes dat men moet beginnen met het losmaken door hen bijvoorbeeld de kamer uit te sturen.

Uw pup zal dan een adolescent zijn en U zal hem de weg moeten tonen naar zijn volwassen leven.

(Er bestaat naar het schijnt ook een CD speciaal ADO om U te helpen)

 5.Praktische raad

 De mand : is voor de pup een geografisch herkenningspunt van rust in dewelke hij tot bedaren kan komen. Als op een dag, U de pup dient te corrigeren en dat hij in zijn mand vlucht, moet U hem met rust laten en elke correctie stoppen, zoniet zal de hond ongerust worden, zie angstig.

De mand moet op een niet strategische plaats worden gezet, het is te zeggen op een plaats vanwaar de hond U niet kan observeren. Het zijn de bazen van de meute welke ze permanent in het oog houden en niet het omgekeerde.

Het speelgoed : Dit is onontbeerlijk voor de pups.

De pups moeten een oraal ontdekkingsgedrag ontwikkelen dus moeten ze in huis veel voorwerpen kunnen vinden. Wanneer ze geen speelgoed hebben, zullen ze zich van alles bedienen wat ze kunnen vinden (stoelpoten, stopcontacten, …). U moet hen dus speelgoed aanbieden (welk niet gevaarlijk is). Hiertegenover staat dat U hen kan terechtwijzen wanneer ze een van Uw persoonlijke spullen nemen, hen op een flinke toon “NEEN” zeggende en in de plaats het eigen speelgoed presenteren. Hoe meer speelgoed hij zal hebben, hoe minder hij de rest van het huis zal beschadigen.

De voerbak  : is erg belangrijk vanuit het hiërarchisch voedsel oogpunt. Men moet hem op een niet strategische plaats zetten. Wanneer een hond eet, kijk dan niet naar hem. In een meute, kijkt men naar de bazen als ze eten, en aangezien de pup geen baas is, mag men niet naar hem kijken. Geef vooral Uw hond te eten na Uzelf: de bazen eten eerst!

De pup mag NIETS krijgen aan tafel. Voor de mens betekent een maaltijd delen, vriendschap en affectie delen. Voor de pup, iets van tafel krijgen, betekent dit dat U hem iets achterlaat. Hij zegt in zijn taal: “ik heb mijn baas benaderd en mijn baas liet zijn eten staan omdat ik zijn baas ben en de bazen moeten iets krijgen als ze daarom vragen”. Wij denken delen en hij denkt domineren.

De zindelijkheid : Wanneer de pup begint te stappen, gaat hij snel uit zijn nest om te plassen en gaat terug als hij gedaan heeft. Hij doet nooit zijn behoeften onder hem vanaf dat hij zich kan verplaatsen. Daartegen staat dat hij zijn uitwerpselen niet kan ophouden (hij begint dit niet te controleren tot na zijn 4 maand) en plast vanaf dat hij actief is.

De momenten van afscheiding zijn : bij het ontwaken, na het spel, na de maaltijd. Vanaf dat de pup deze activiteiten staakt, neem hem dan in Uw armen en draag hem buiten of naar de plaats die U gekozen hebt. Beloon hem (aai, mondelinge felicitatie, …) als hij op de juiste plaats gaat. Wanneer U ziet dat hij op een foute plaats gaat, wees dan niet te streng, een NEEN volstaat grotendeels. Een pup van 2 maand plast een groot aantal keer, men heeft de indruk dat hij niets anders doet. Straf vooral nooit als U hem niet betrapt, wat het U ook kost, hij zal totaal niet meer begrijpen; en hoe meer U hem afstraft als hij plaste tijdens Uw afwezigheid, hoe onzindelijker hij zal worden.

De leiband en de halsband  :

Alvorens erover te spreken, is er iets erg belangrijk om weten. Men moet zijn hond uitlaten op straat vanaf de eerste dag en niet wachten tot hij gevaccineerd is. Vergeet niet dat een pup zijn gevoelsfilter ontwikkelt die hem toelaat om stimuli te verdragen (geluid) tussen de 1 en 3 à 4 maand. Nadien is het te laat en de hond riskeert zijn verdere leven overgevoelig te zijn. Vermijd simpelweg het contact met onbekende dieren en de plaatsen waar veel honden komen.

Om de halsband aan te leren, doe dit progressief. Doe hem deze eerst thuis aan . Trek nooit brutaal aan de leiband als hij in het begin niet wil stappen. Het is beter hem in de armen te nemen en dan terug op de grond te zetten om hem zelfvertrouwen te geven.

Het aan de voet lopen is in 70% van de gevallen de spiegeling van een goede opvoeding.

Samengevat moet voor een pup , een goede start met zijn moederhond bij de fokkers waarvan hij komt, in goede gezondheid zijn welk moet worden geverifieerd door een dierenarts en eveneens eigenaars hebben die de hondentaal en de regels van de meute kennen.

 6.Gebruiksaanwijzing van de geluidstracks

 Het zesde hoofdstuk van deze Cdrom geeft een gebruiksaanwijzing van de geluidstracks welke er zijn geregistreerd. Er zijn een groot aantal geluiden geregistreerd, gaande van de zachtere naar de meer agressieve, dit om ons te helpen de sensoriele filter van onze pup aan te passen